De silmarillion
serie In de ban van de ring - zwarte reeks, deel 5
door J.R.R. Tolkien

Niet leverbaar
J.R.R. Tolkien dacht voor de klassieker In de ban van de ring een complete wereld uit, met een eigen geschiedenis, geografie, taal en mythologie. Deze achtergronden verenigde hij het eerst in De Silmarillion.
J.R.R. Tolkien, professor Angelsaksisch aan de universiteit van Oxford, dacht voor de klassieker In de ban van de ring een complete wereld uit, met een eigen geschiedenis, geografie, taal en mythologie. Deze achtergronden verenigde hij het eerst in De Silmarillion. Hoewel het tijdens zijn leven nooit is gepubliceerd, beschouwde Tolkien dit boek als zijn eigenlijke levenswerk. In 1977 werd De Silmarillion posthuum uitgegeven. Waar In de ban van de ring de geschiedenis van de Derde Era beschreef, voert De Silmarillion de lezer mee naar het begin van de oudste tijden: de Eerste Era van Midden-aarde. Het is de mythe van de schepping van de wereld en de grote oorlogen die werden gevoerd tussen de Elfen en de duistere Morgoth. Ook wordt verhaald van de Silmarillen, drie edelstenen waarin Fëanor, een geniale Elf, het goddelijke licht weet te vangen. Naast dit lange verhaal bevat dit boek een viertal kortere vertellingen: Ainulindalë, Valaquenta, Akallabêth (De ondergang van de Númenor) en Over de Ringen van Macht.
De reeks In de ban van de ring - zwarte reeks bestaat uit:
![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ||||||
| De hobbit of Daarheen en weer terug | De reisgenoten | De twee torens | De terugkeer van de koning | De aanhangsels | De kinderen van Húrin | ||||||
![]() | ![]() | ||||||||||
| Nagelaten vertellingen | Sprookjes en vertellingen |
Warm aanbevolen in dezelfde categorie:
![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | |||||
| Ondergang | Een echo in de tijd | Duin: Paul van Artreides | De kinderen van Húrin | De tovenares |
Over J.R.R. Tolkien
John Ronald Reuel Tolkien werd op 3 januari 1892 te Bloemfontein, Zuid-Afrika, geboren als zoon van een bankdirecteur. Toen de driejarige Ronald met zijn moeder en zijn jongere broer Hilary een bezoek aan Engeland bracht, overleed zijn vader. Moeder Tolkien en haar zoons keerden niet terug naar Afrika, maar vestigden zich in Sarhole, een dorpje ten zuiden van Birmingham, waar de jonge Ronald gelukkige jaren doorbracht. Het dorpje stond model voor Hobbiton (Hobbitstee), de woonplaats van de Hobbits in de Gouw, waar zowel De Hobbit als In de ban van de ring begint.
In 1904 stierf Tolkiens moeder. Het gezin was inmiddels naar een van de buitenwijken van Birmingham verhuisd, zodat de kinderen gemakkelijker naar school konden. De jonge Ronald, die er verder opgroeide onder voogdij van een katholieke priester, blonk op wonderbaarlijk uit in zijn studie; naast Grieks, Latijn en Frans leerde hij in korte tijd ook Gotisch en Angelsaksisch. De universiteit van Oxford verleende hem in 1910 dan ook probleemloos een beurs voor de studie klassieke talen. Tolkiens studie verliep zeer voorspoedig en een jaar na zijn cum-laude afstuderen, in 1916, trouwde hij met de drie jaar oudere Edith Bratt.
Kort na het huwelijk werd Tolkien opgeroepen om als verbindingsofficier bij de Lancashire Fusiliers deel te nemen aan de Slag bij Somme. Daar liep hij loopgravenkoorts op en hij werd in november 1916 teruggestuurd naar Engeland. Het grootste deel van het jaar dat er op volgde, bracht hij in het ziekenhuis door. Toen hij weer thuis kwam, werd zijn eerste zoon, John geboren. Daarna breidde het gezin Tolkien zich nog uit met Christopher (1924) en Priscilla (1929).
In 1925, een jaar na de geboorte van zijn tweede zoon, werd Tolkien benoemd tot Professor Angelsaksisch aan de universiteit van Oxford. Hij had in 1922 zijn eerste wetenschappelijke publicatie geschreven, waarna er nog vele volgden. Zijn wetenschappelijke werk had veel weg van fictie. Studenten hielden dan ook erg van zijn manier van lesgeven. 'Hij kon een auditorium veranderen in een ridderzaal, waarin hij de minstreel was en wij de feestende, luisterende gasten', zou een van zijn studenten later zeggen. Wat gold voor zijn wetenschappelijke werk, gold ook voor zijn fictie - in omgekeerde zin. Jarenlang probeerde hij bij fictieuitgevers een manuscript gepubliceerd te krijgen dat, hoewel het verzonnen was, alle kenmerken had van een wetenschappelijke uitgave een middeleeuwse teksten zoals de Edda of Beowulf. Hij noemde dit werk De Silmarillion. In deze tekst, waar Tolkien aan werkte nog voordat hij De Hobbit schreef, ligt de werkelijke oorsprong van In de ban van de ring. Maar zelfs toen al zijn latere boeken grote successen werden, waagde geen enkele uitgever zich aan De Silmarillion.
In een hol onder de grond woonde een Hobbit...
Deze woorden schreef professor J.R.R. Tolkien in 1928 op een onbeschreven eindexamenblad van een van zijn studenten. Tolkien wist zelf niet wat hij ermee bedoelde. Hij besloot eens uit te zoeken wat Hobbits eigenlijk zijn. Hobbits bleken kleine, gemoedelijke lieden, die in nette holen onder de grond wonen. Ze houden van lekker eten en van het roken van geurige pijpen bij de haard en ze zijn weinig avontuurlijk aangelegd.
Het boek dat Tolkien over deze Hobbits schreef is het begin van het wereldberoemde oeuvre van Tolkien. Hij schreef het aanvankelijk voor zijn kinderen, in de vorm van feuilletons die hij regelmatig aan hen voorlas. Het vond per toeval een uitgever: een kennis van de verhalenverteller vertelde van het bestaan van de feuilletons aan een vriendin die werkte bij de Londense uitgever George Allen & Unwin. Meneer Unwin, de toenmalige directeur van het kantoor, liet het boek beoordelen door zijn tienjarige zoontje, die het prachtig vond. Zo vond De Hobbit zijn weg naar de persen en, uiteindelijk, naar duizenden Engelse kinderen.
Maar niet alleen kinderen bleken het verhaal te lezen: ook volwassenen raakten in de ban van de Dwergen, Hobbits en Trollen uit het boek. Net zoals Harry Potter in latere jaren werd het een ware hype. De avonturen van de Hobbit, Bilbo Balings, werden zó succesvol dat de uitgever Tolkien aanspoorde om een vervolg te schrijven.
Dit vervolg groeide uit tot The Lord of the Rings, een driedelig epos waarin personages uit De Hobbit zoals Bilbo, Gandalf, Elrond en Gollum opnieuw een rol speelden. De hoofdrol in The Lord of the Rings was echter weggelegd voor de Ene Ring, de magische bron van corruptie waar de hele toekomst van Midden-aarde van afhing.
Toen het eerste deel in 1955 voor het eerst verscheen, was het meteen een doorslaand succes. Vooral door studenten en intellectuelen werd Tolkiens werk de hemel in geprezen. Zelfs gerenommeerde wetenschappers besteedden kostbare tijd en publicatieruimte aan discussies over het werk. Uiteindelijk kwamen ze er uit dat, hoe mooi ook, het boek onmogelijk als literatuur gezien kon worden. Tolkien, die tenslotte zelf wetenschapper was, sloot zich hierbij aan door aan te geven aan een lezer die het boek wat al te serieus had genomen: 'Ik hoop dat u van In de ban van de ring heeft genoten. Genoten is het sleutelwoord. Want het werd geschreven om te amuseren (in de hoogste betekenis van het woord): om leesbaar te zijn.'
Omdat In de ban van de ring, ondanks de pogingen van critici en literatuurwetenschappers, eigenlijk nergens bij ingedeeld kon worden, werd het informeel geadopteerd door een beweging die in dezelfde tijd in opkomst was; die van de Amerikaanse stuiverromannetjes die zich specialiseerden in fantastische genres. De namen van deze zogenaamde 'pulp-tijdschriften' (waaronder 'science fiction', 'horror', 'science fantasy' of 'sword and sorcery') groeiden later uit tot benamingen van nieuwe genres. Zo ook 'fantasy'. The Lord of the Rings, waarvan nooit iets in een pulptijdschrift gepubliceerd is, werd door liefhebbers al snel gezien als het prototype van het genre.
In de ban van de ring heeft hierdoor de trend gezet voor alle fantasy na de Tweede Wereldoorlog. Zo verscheen er al in 1959, van de hand van Carol Kendall, een serie fantasyboeken voor kinderen, (The Gammage Cup, 1959) waarin hobbitachtige figuren een vijfkoppig reisgenootschap vormen en een reis door de bergen ondernemen, waar een aloude kwaad macht op de loer ligt. De fantasytraditie die na In de ban van de ring begon met regelrechte imitaties van Tolkien, groeide langzaam uit tot er variaties op zijn werk ontstonden, en ontwikkelde zich onder de handen van auteurs als Ursula LeGuin, Terry Brooks, Leigh Eddings en Raymond Feist tot een bloeiend en zelfstandig genre, waarin Tolkiens invloeden nog tot op de dag van vandaag duidelijk aan te wijzen zijn.
Na zijn leerstoel twintig jaar bekleed te hebben, en gelauwerd te zijn met eredoctoraten aan de universiteiten Dublin, Luik, Marquette en Harvard, nam Tolkien in 1959 afscheid van het universitaire leven. Het succes van In de ban van de ring zorgde ervoor dat hij samen met Edith een rustig bestaan kon opbouwen, weg van de fans en de media die steeds meer beslag legden op het gezin.
In 1971 stierf Edith na een langdurige ziekte en een jaar later, vlak nadat hij door Koningin Elizabeth nog benoemd was tot Commander of the Order of the British Empire, werd hij met een acute maagzweer opgenomen in ziekenhuis. John Ronald Reuel Tolkien stierf aan de gevolgen hiervan in 1973, op eenentachtigjarige leeftijd. De Silmarillion verscheen posthuum in september 1977.
Nu in de boekhandel!![]() Nu in de boekhandel! |
drukgegevens 7e druk, 1 augustus 2004
Paperback, 416 pagina's
14 bij 21,5 centimeter
ISBN: 9789022532151
fictie (334)
colofon Mynx
1 augustus 2004
Oorspronkelijk verschenen als The Silmarillion
© [rechthebbende], voor de Nederlandse uitgave © Mynx




















